GESCHIEDENIS  VAN  DE  MOLEN
(voor zover bekend)
    De korenmolen van Oudemolen (Gem. Moerdijk in Noord-west-Brabant) stamt uit 1846 (bouw begonnen 1845 / door brand verwoest 1849 en in 1850 weer herbouwd) en heeft sindsdien verschillende eigenaren gehad.
    Verder leert de geschiedenis dat in de jaren '60 restauratiepogingen mislukten en er zelfs een sloopvergunning werd afgegeven.
    Van die sloop is het - gelukkig - nooit gekomen maar wel is de molen in 1967 "onttakeld". Daarbij verdwenen niet alleen stelling en wieken, maar ook onderdelen uit het "binnenwerk".

    De laatste particuliere eigenaren kochten in 1993 het molenaarshuis inclusief molenromp van de fam. De Lint.
    Met behulp van o.a. vereniging "de westbrabantse molens" is na een verzoek daartoe aan de Rijksdienst voor de monumentenzorg de molen
    in 1996 aangewezen als Rijksmonument, dit met de volgende "Redengevende Omschrijving".
    Inleiding:
    Vrij gelegen, niet meer geheel complete bakstenen windkorenmolen uit (naar alle waarschijnlijkheid) 1845 en een - beschermenswaardig - bakstenen molenaarshuis uit 1897.

    Omschrijving: Conisch toelopende molenromp, opgetrokken in baksteen, met diverse over de romp verspreid aangebrachte rondboogvensters; de romp is met een kap gedekt. Stelling en wieken ontbreken. Inwendig zijn de bovenas, koningsspil, het volledige luiwerk, de trappen, alle zolders en balklagen in tact.

    Waardering: De molen heeft oudheidkundige waarde De vrije ligging biedt de molen vanouds een goede windvang hetgeen de historische ensemblewaarde in belangrijke mate kenmerkt en ondersteunt.
    In het vlakke polderlandschap biedt de molen een opmerkelijk historisch herkenningspunt en karakteristieke belevingswaarden aan de streek terwijl dit beeld in nationaal opzicht symbolische betekenis en waarde vertegenwoordigt.
    Het nabij gelegen molenaarshuis (1897) bezit weliswaar zelfstandige monumentwaarde maar verleent aan de molen een karakteristiek complement waardoor een algemeen historisch sociaal-cultureel patroon van de nauwsluitende combinatie wonen/werken in één oogopslag tot uitdrukking wordt gebracht.
    Voor de geschiedenis van de molenbouw is de molen in zekere zin van bijzondere betekenis want het is het laatste voorbeeld van een ronde stenen windkorenmolen in het Westbrabantse kleipoldergebied.
    De nabijgelegen, vroegere zeedijk voegt daar in historisch opzicht nog een duidelijke waarneembare waarde aan toe; in dit kader beschikt de molen over een nationaal monumentenbelang.


    Om een restauratie kans van slagen te geven was het nodig de molen in een stichting onder te brengen en begin 1999 is er dan ook een eerste bijeenkomst geweest met een aantal mogelijke vrijwilligers.
    Als gevolg hiervan is uiteindelijk op 17-juli-2000 stichting "de oude molen" opgericht met als doel de restauratie en vervolgens het beheer van de molen.
    Vervolgens is op 19-10-2000 de molen voor het symbolische bedrag van Fl 1,- verkocht aan de stichting. (Zowel de oprichting van de stichting als de verkoop zijn kosteloos en naar ieders tevredenheid verzorgd door Notaris Cornelissens te Fijnaart)

    ONDERSTAAND WAT TECHNISCHE FEITEN ZOALS DIE VOOR EN TIJDENS DE RESTAURATIE BEKEND ZIJN GEWORDEN:

    De oude molen had twee koppels stenen, zgn 16-ers,(=1,40 m doorsnede) waarvan één een tarwesteen was en één koppel was bestemd om haver te breken.
    Het andere was een koppel 14-ers (=12,0 m doosnede). Het gevlucht bestond uit 24 meter met Pot-roeden, waarvan één zelfzwichting had.
    De askop was rood geschilderd en de voor-en achterkeuvelens waren groen.
    De trap van de steenzolder heeft tussen de mengketels gestaan.
    Kruivloer was rood, daaronder een witte ring en de schoren waren geel geschilderd.
    Het koppel 14-ers werd aangedreven door een dekker gloeikopmotor. Deze motor was in bedrijf tot het jaar 1928.
    Vanaf 1928 heeft er een 50 PK Gulder 2-cilindermotor gestaan tot ongeveer 1950. Vanaf 1950 stond er een 6-cilinder DAF-motor met grote hamermolen.
    De staart was een oude molenroede en was voorzien van een kruilier. Aan de ene kant bevond zich een ketting en aan de andere kant een staalkabel.
    Verder was er een houten vang met ijzeren plaat om het bovenwiel.
    Het kruiwerk was voorzien van houten rollen.
    De vaste molenmaker was Van de Hamer uit Brouwershaven. Tot de jaren '50 heeft deze molenmaker nog verscheidene onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd.

     

1845 - 1967


Van 1967 tot november 2001
bood de molenromp deze
- bij velen bekende - aanblik !


Zo ziet het er sinds
medio 2008 weer uit !

    Ondertstaand enkele feiten:

  • Op maandag 10 juni 1844 verzoekt Gerardus van der Ley aan Z.M. de koning om een koornwindmolen te stichten op de zogenaamde Batterij op de Ouden Molen te mogen stichten.

  • Zaterdag 6 juli 1844 dient Erkje Abrahamse Oostdijk, weduwe van Willem Maris, molenaresse en eigenaresse van de stenen wind koornmolen te Fijnaart, een bezwaar in tegen Gerardus van der Ley om een koornwindmolen te stichten, op grond dat haar molen is aangekocht met het recht om alleen het gemaal te Fijnaart te mogen uitoefenen. Ook wordt een bezwaar ingediend door Jan Willemse Vis, landbouwer, omdat zijn land dicht ligt bij de op te richten molen en om zulks te bebouwen gevaarlijk is voor de paarden en dat het water zich bij regen in de zeilen zal verzamelen en op zijn land zal worden geworpen. Beide bezwaren zijn behandeld op 24 september 1844.

  • Maandag 18 augustus 1845. Gerardus van der Ley geeft aan Jan Willemse Vis een schadeloosstelling in geld als tegemoetkoming voor zijn verliezen aan zijn eigendom door het stichten van gemelde molen. Aan alle formaliteiten tot vergunning zijn voldaan en Gerardus van der Ley krijgt toestemming een molen te bouwen.

  • Op 26 oktober 1849 brand de molen af echter in januari 1850 is er al weer een bestek voor herbouw.

  • 1966 A. de Lint dient een verzoek in tot gedeeltelijke sloop van de molen.

  • 14 juni 1966 A de Lint krijgt geen toestemming tot sloop.

  • 8 juli 1966 De voorzitter van de Provinciale molencommissie stuurt een brief naar de monumentenzorg dat het zeer de moeite waard is de korenmolen te behouden en verzoekt de gemeente Fijnaart hem te steunen in zijn streven. Hij steunt de subsidie aanvraag voor de restauratie.

  • 28 juli 1966 Monumentenzorg ziet geen aanleiding een subsidie in het vooruitzicht te stellen voor restauratie en schuiven de argumenten ter zijde i.v.m. de sterk gestegen kosten en het geringe bedrag dat ter beschikking staat voor restauraties.

  • 11 november 1966 “De Hollandsche Molen” stuurt een brief naar gedeputeerde State van Noord-Brabant, dat het niet verantwoord is toestemming te verlenen tot sloop van deze molen. Wel mogen loshangende en onderdelen die gevaar opleveren worden verwijderd.

  • 15 november 1966 A de Lint krijgt toestemming van de gemeente Fijnaart om de molen toch te slopen.

  • 30 november 1966 De Provincie Brabant deelt mede dat de molen valt onder de bepalingen van de Monumentenwet en dat de provincie niet bevoegd is om een sloopvergunning te verlenen.

  • 28 december 1966 Het Ministerie van WVC (Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur) geeft alsnog toestemming om het monument af te breken, ingevolge art.14 en 15.

  • September 1967 De molen wordt door molenmaker Piet van Beek onttakeld. Hij heeft alle onderdelen meegenomen, waaronder het bovenwiel, bovenschijf, spoorwiel, staakijzers, steenrondsels, kuipdelen, pasbalken, maalstenen enz, enz. De onttakeling duurde ongeveer 1 week. De afspraak was gemaakt dat voor de eigenaar hieraan geen kosten waren verbonden als van Beek alle bruikbare onderdelen mee mocht nemen. Aldus geschiedde. Helaas! Bij de onttakeling werden de stenen door de luiluiken naar beneden gebracht en de roeden werden m.b.v. handtakels naar beneden gelierd. Helaas is niet meer na te gaan in welke andere molen(s) de meegenomen onderdelen hergebruikt zijn.

  • Eigenaren waren:
      1846 – 1878 G. van der Ley
      1878 – 1892 P.H. Sneep
      1892 – 1925 C.P. Vogelaar
      1925 – 1993 Fam. de Lint
      1993 – 2000 Fam. Groenewoud
      2000 – heden Stichting “De Oude Molen”

  • Gelukkig braken die tijden ook aan: in 2000 volgde overdracht aan een speciaal voor de molen opgerichte stichting en in 2002 werd daadwerkelijk met restauratie begonnen: romp hersteld, allerhande zolderbalken vernieuwd of gerepareerd en een geheel nieuwe stelling.

  • Op 30 augustus 2005 werden de onderdelen van de nieuwe kap bij de molen neergelegd, waarna begonnen werd met de opbouw. 29 oktober 2005 plaatste men kap en staart. Vervolgens bleef het even stil.

  • Op 25 april 2007 werden de roeden gestoken en opgehekt en op 12 mei, Nationale Molendag, kon de molen, nog zonder borden en kleppen, bij krachtige wind direct meedoen.

  • Verheugend is de beslissing geweest, om de zelfzwichting op de binnenroede weer aan te brengen. Tot aan de onttakeling had de Oude Molen, als laatste Brabantse molen, dit wieksysteem.

  • In 2014 werd veel schilderwerk verricht en de bovenas iets naar voren gebracht.
    De kraag van de askop schuurde langs het steenbord, deze was van blik en er zat een gat in. Daarom is het steenbord vervangen, wederom door blik.


Literatuurverwijzingen:
Ton Meesters, De vier molens van molenmaker Van Chaam, in: De Meule nr. 68 (2010) pp. 18-26.
Bovenstaand een (eerdere) uitgave van vereniging “De Westbrabantse molens" met opvallende data/gebeurtenissen uit de molengeschiedenis.
Met dank voor bovenstaande informatie aan: Heemkundige kring Fijnaaart en oud-eigenaar M. de Lint.